Stijn Vranken

Dertien vragen en geen antwoord

Wat valt er te verliezen?

De tijd? De droom die zich als een wolk
van eiwit in onze hoofden heeft vastgezet?
Het verleden dat maar niet bestaat?

Wat valt er te verliezen?

Het licht? Mijn blik in uw ogen? De kans
op een weerzien? De toekomst die wij ons
zelfs niet meer kunnen herinneren?

Wat was er ooit van ons?

De eeuwigheid? Of de vraag? Is alles niet
meer van voorbijgaande aard
dan van ons?


Stijn Vranken

Vaag soms hoe het was, steeds
duidelijker nooit hoe het zal.

Veel weten wij niet.

Hoeveel waarvan en voor wie,
waarom en wanneer dan, wij,
toeschouwers van het onzichtbare,
verstokte bedenkers van de eeuwigheid.

Veel kunnen wij niet.

Enkele dagen dit lichaam besturen,
deze aarde bestaan, daarop al eens
de hemel beramen. En wachten, allemaal
samen apart in kamers op elkaar of iets.

Of niet. Veel niet.

Geloven, reddeloos, en ongehoord
ophouden.

Bernard Dewulf

Vermoedelijk bent u wat men noemt
een doodgewone man geweest, al spoorloos
voor hij in het gras verdween. Maar men moest het kunnen vragen
aan het gras zelf hoe schitterend u misschien wel was,
zingend, starend, sloffend,
dagelijks een ster in uw stofjas, schijnend in die stille kamers waar het gras al schiet,
heftig en onhoorbaar,
zoals alleen een doodgewone man het kan.



Peter Theunynck

Eskimo’s zijn mensen zonder tijd.
Sneeuw is hun huis en hun huid
is een land van winters en weinig,
omsingeld door het donkerste licht.

Eskimo’s verstaan de gebaren
van vallende vlokken, zingen
de zang van het pakijs na,
bemannen het ruim van de poolvos.

Eskimo’s wandelen over het water.
Hun sleden slijpen een gat
in de verte. Hun harpoenen bijten
zich vast in de koers van planeten.

Eskimo’s zijn niet gemaakt
voor het vlees van een vrouw,
voor het laaiende hart van een haard.
Eskimo’s zijn niet bestand tegen lente.





Jan Arends (1925 - 1974)

Ik ben
een boom.


Van groei
afaan
ben ik
van blad
tot blad
bekeken.


Toen
heeft iemand
een luis
ontdekt
op een
van mijn bladeren.


Nu word
ik omgehakt.



Gust Gils

de pijnfuif

vrienden
ik heb
de pijn
maar op
de kachel gezet
om ze warm
te houden

als iemand pijn wil
ze is
lekker vers
neem gerust

en neem
wat meer
er is pijn

genoeg voor iedereen


Jorge Luis Borges (1899 - 1986)

Mijn boeken (die niet weten dat ik besta)
zijn mij even vertrouwd als dit gezicht
met grijze slapen en met grijze ogen
dat ik vergeefs zoek in het spiegelglas
en dat ik aftast met mijn holle hand.
Niet zonder een zekere logische wrevel
bedenk ik dat mijn wezenlijke woorden
staan op de pagina’s die niet weten wie ik ben,
niet op de pagina’s die ik heb geschreven.
Het is beter zo. De stemmen van de doden
vertolken mij voorgoed.


Mary Oliver

The Journey

One day you finally knew
what you had to do, and began,
though the voices around you
kept shouting
their bad advice--
though the whole house
began to tremble
and you felt the old tug
at your ankles.
"Mend my life!"
each voice cried.
But you didn't stop.
You knew what you had to do,
though the wind pried
with its stiff fingers
at the very foundations,
though their melancholy
was terrible.
It was already late
enough, and a wild night,
and the road full of fallen
branches and stones.
But little by little,
as you left their voices behind,
the stars began to burn
through the sheets of clouds,
and there was a new voice
which you slowly
recognized as your own,
that kept you company
as you strode deeper and deeper
into the world,
determined to do
the only thing you could do--
determined to save
the only life you could save.


Mary Oliver

Wild Geese


You do not have to be good.
You do not have to walk on your knees
for a hundred miles through the desert repenting.
You only have to let the soft animal of your body
love what it loves.
Tell me about despair, yours, and I will tell you mine.
Meanwhile the world goes on.
Meanwhile the sun and the clear pebbles of the rain
are moving across the landscapes,
over the prairies and the deep trees,
the mountains and the rivers.
Meanwhile the wild geese, high in the clean blue air,
are heading home again.
Whoever you are, no matter how lonely,
the world offers itself to your imagination,
calls to you like the wild geese, harsh and exciting  
over and over announcing your place
in the family of things.



Ida Gerhardt (1905 - 1997)

Smeltwater uit de bergen, raak mij aan:
de sterren kenteren en de nieuwe maan
voorzegt de lente. Winterlang verstoken
van u, smeltwater aan de sneeuw ontloken,
wacht ik u, om in bloemen op te staan.


Hester Knibbe

Die ochtend gingen we naar Père Lachaise.
We dronken koffie in Café Rond Point
en staken bij het stoplicht over:
wie grafwaarts gaat wil er niet aan.

Wat ingestort was vonden we het mooist.
Jij nam wat foto's: een gebroken zerk
met scheefgezakte zuilen, terwijl ik Thebe
schreef, de dood een stad vol heimelijk leven.

Een boom had zich genesteld rond een
steen, een naam omworteld, overschreven,
alsof dat hooguit breeduit bleef van
wie ooit stam zei, takken, blad.

We keken in een onafzienbaar gat en
spraken over dĂ t. Ik zou niet treuren
op je graf zei je, dat kan ik niet, ik zou
je missen, missen zou ik je.


Jan Arends (1925 – 1974)


In
al die
miljarden jaren
dat de tijd
nu oud is
moet er toch ooit
een fout
geweest zijn.

Een korte
onderbreking

Een kleine
stilstand
in de tijd.

Een dag.

Hoe
weet ik dan
dat het vrijdag is
vandaag?

Kan
het niet zijn
dat wat
vandaag gebeurt
al gisteren
heeft plaatsgevonden.


Jan Arends (1925 - 1974)

Kanker
is
een goede dood.

Teplettervallen
is
een goede dood.

Verdrinken
is
een goede dood.

Zelfmoord
is
een goede dood.

Elke dood
is
een goede dood.

Maar
de dood
die je
te wachten staat
dat is
een slechte dood.

Altijd.



Joaquin Sabina


Nu we elkaar zo langzaam kussen
Nu ik stijldansen leer
Nu een pension een paleis is
Waar altijd plaats is voor meer dan een hart
Nu de bloemenverkopers me groeten…
…nu ik afstudeer in lingerie…
Nu ik jou uitkleed,
En jij mij uitkleedt
Terwijl in het station van de twijfel
Traag een stoptrein sterft
Nu we in bed blijven
maandag, dinsdag en alle feestdagen
…nu ik me de pyjama niet herinner,
en het kruiswoordraadsel niet meer uitknip…
en geen zelfmoord meer pleeg
als je weggaat
Nu ik een ziel heb
die ik niet had
Nu het handgeklap
van vrolijkheid klinkt.
Nu niets meer heilig is…
…nu we tegen beter weten in,
dezelfde fouten blijven maken.


T.S. Eliot (1888 - 1965)

Go, go, go, said the bird: human kind
Cannot bear very much reality.
Time past and time future
What might have been and what has been
Point to one end, which is always present.