Wisława Szymborska

Over de dood zonder overdrijven

Hij heeft geen gevoel voor humor,
en geen verstand van sterren, van bruggen,
van weven, van mijnbouw, van het boerenbedrijf,
van het bouwen van schepen en het bakken van brood.

In onze gesprekken over plannen voor morgen
mengt hij zijn laatste
misplaatste woord.

Hij heeft niet eens in zijn vingers,
wat direct met zijn beroep te maken heeft:
een graf delven,
een doodskist in elkaar timmeren,
de rommel opruimen.

Als hij bezig is met doden,
doet hij dat onhandig,
zonder systeem of behendigheid.
Alsof hij het bij ieder van ons nog moet leren.

Hij mag dan triomf op triomf behalen,
maar hoeveel nederlagen waren er niet,
mislukte klappen
en hernieuwde pogingen!

Soms ontbreekt hem de kracht,
om een vlieg uit de lucht neer te halen.
Tegen menige rups
verliest hij een snelheidswedstrijd in kruipen.

Al die knollen, peulen,
voelsprieten, vinnen, luchtpijpen,
bronstveren en wintervacht
getuigen van het achterstallige
in zijn norse arbeid.

Kwade wil is niet voldoende
en zelfs onze hulp in oorlogen en revoluties,
schiet, tot nu toe, tekort.

Harten kloppen in eieren.
Geraamtes van zuigelingen groeien.
Zaadjes zorgen voor de eerste twee blaadjes,
en brengen het ook vaak tot hoge bomen aan de horizon.

Wie beweert: hij is almachtig,
is zelf het levende bewijs,
dat hij niet almachtig is.

Er is geen leven,
dat al was het maar voor even
niet onsterfelijk was.

De dood
komt steeds dat ene moment te laat.
Tevergeefs rukt hij aan de klink
van onzichtbare deuren.

Wat iemand heeft bereikt,
kan hij hem niet meer ontnemen.


Martin Niemöller (1892–1984)

Als die Nazis die Kommunisten holten, habe ich geschwiegen;
ich war ja kein Kommunist.
Als sie die Sozialdemokraten einsperrten, habe ich geschwiegen;
ich war ja kein Sozialdemokrat.
Als sie die Gewerkschafter holten, habe ich nicht protestiert;
ich war ja kein Gewerkschafter.
Als sie die Juden holten, habe ich nicht protestiert;
ich war ja kein Jude.
Als sie mich holten,
gab es keinen mehr, der protestieren konnte.


Rodaan Al Galidi

Ik heb alles om rivier te zijn:
de bodem, de afdaling, de dorst van de oever,
maar ik mis het water.
Ik heb de wortel, de brand en de stilte,
maar niet de grond om boom te zijn.
Een voorbij drijvende bijklank ben ik misschien
of misschien ook dat niet.



Henry David Thoreau (1817 - 1862)

De mensen zeggen veel te weten;
Ze hebben zich vleugels aangemeten:
De kunsten en de disciplines, 
En talloze machines;
Maar 't waaien van de wind 
Is alles wat men ondervindt.


T.S. Eliot (1888 - 1965)

To arrive where you are, to get from where you are not,
You must go by a way wherein there is no ecstasy.
In order to arrive at what you do not know
You must go by a way which is the way of ignorance.
In order to possess what you do not possess
You must go by the way of dispossession.
In order to arrive at what you are not
You must go through the way in which you are not.
And what you do not know is the only thing you know
And what you own is what you do not own
And where you are is where you are not.


Jan Emmens (1924 - 1971)

Meisje

Op het gezicht van dit meisje trof ik
mijzelf met verbazing aan
in een verouderd lichaam, achter tralies
van rimpels, in een mist van zorg.
Zij was niet mooi, wat men daar ook
soms onder mag verstaan, alleen verlegen
met haar toekomst, mij reeds welbekend.


Ralph Waldo Emerson (1803- 1882)

Success


To laugh often and much;
to win the respect of intelligent people
and the affection of children; to earn the appreciation of honest critics
and endure the betrayal of false friends;
to appreciate beauty; to find the best in others; to leave the world a bit better,
whether by a healthy child,
a garden patch or a redeemed social condition;
to know even one life has breathed easier
because you have lived. This is to have succeeded.

Marc Tritsmans

ik weet niet wat me overkomt
maar onder de linde sta ik stil
wil mijn lijf niet verder
ik word geroepen maar door wie

en dan pas hoor ik dat ik niet
alleen ben hier: een monotoon
diep zoemen en brommen hangt
als een levende zuil boven mijn hoofd


de geur van lindebloesem heeft ons
allen gelokt maar terwijl ik hulpeloos
en onbegrijpend sta te dralen weten
duizenden
bijen feilloos wat er van hen wordt
verwacht




Charles Ducal

Omdat ik geen honger, geen dorst lijd,
een huis heb, een baan, een voorbeeldig gezin,
duizend boeken, van Sade tot Grimm,
gezondheid, een trouwe maîtresse, veel tijd

voor kunst en liefde of wat daarop lijkt,
de wereld kan zien, mijn tuin cultiveren,
duizend gedichten opnieuw kan proberen
een God te zijn in het diepste geheim,

daarom is het dat ik mijn nagels bijt
in een kamer die niet wordt gelucht,
weerloos geworpen in zo veel geluk
dat ik slechts aan mijzelf nog lijd.


Rutger Kopland (1934 - 2012)

Deze lente gaat het toch weer 
over jou hoewel ik er langzaamaan 
wel moe van ben
moe van regen, wind, flarden 
bedrieglijk blauw in de lucht, 
vage beloften van het einde 
van de kou.

Ik weet wel dat ik toch weer 
van je hou, maar moeizaam soms, 
met dat doelloze

van vogels die er van lijken 
te houden in regen en wind 
te blijven rondhangen 
boven het land.

Konstantin Dmitrijevitsj Balmont (1867-1942)

Hoe de eeuwige jeugd na te streven
Vroeg ik ooit aan de dartelende Wind
En de Wind heeft mij antwoord gegeven:
'Wees dan luchtig, als rook die verzwindt!'

Waarin ligt het geheim van het leven,
Vroeg 'k de Zee met haar machtig geruis.
En de Zee heeft mij antwoord gegeven:
'Wees als ik, wees welluidend en bruis!'

En ik vroeg aan de Zon hoog verheven,
Hoe ik licht als morgen kon zijn.
En de Zon heeft geen antwoord gegeven,
Maar mijn Ziel hoorde duidelijk: 'Schijn!'

M. Vasalis (1909 - 1998)

Van hoofd naar schouder loopt de stille bocht
waarin ik vrede vind, windstille lijn,
grensvlak van weelde en gemis,
de zachte komma, diepe orgelpunt,
waarin ik wonen wil als in een duin.
Lieve lijn.

Leonard Cohen

The birds they sang 
at the break of day 
Start again 
I heard them say 
Don't dwell on what 
has passed away 
or what is yet to be. 
Ah the wars they will 
be fought again 
The holy dove 
She will be caught again 
bought and sold 
and bought again 
the dove is never free. 

Ring the bells that still can ring 
Forget your perfect offering 
There is a crack in everything 
That's how the light gets in. 



George Meredith (1828–1909)

He rises and begins to round,
He drops the silver chain of sound,
Of many links without a break,
In chirrup, whistle, slur and shake.

For singing till his heaven fills,
'Tis love of earth that he instils,
And ever winging up and up,
Our valley is his golden cup
And he the wine which overflows
to lift us with him as he goes.

Till lost on his aerial rings
In light, and then the fancy sings.


Stijn Vranken

Dertien vragen en geen antwoord

Wat valt er te verliezen?

De tijd? De droom die zich als een wolk
van eiwit in onze hoofden heeft vastgezet?
Het verleden dat maar niet bestaat?

Wat valt er te verliezen?

Het licht? Mijn blik in uw ogen? De kans
op een weerzien? De toekomst die wij ons
zelfs niet meer kunnen herinneren?

Wat was er ooit van ons?

De eeuwigheid? Of de vraag? Is alles niet
meer van voorbijgaande aard
dan van ons?


Stijn Vranken

Vaag soms hoe het was, steeds
duidelijker nooit hoe het zal.

Veel weten wij niet.

Hoeveel waarvan en voor wie,
waarom en wanneer dan, wij,
toeschouwers van het onzichtbare,
verstokte bedenkers van de eeuwigheid.

Veel kunnen wij niet.

Enkele dagen dit lichaam besturen,
deze aarde bestaan, daarop al eens
de hemel beramen. En wachten, allemaal
samen apart in kamers op elkaar of iets.

Of niet. Veel niet.

Geloven, reddeloos, en ongehoord
ophouden.

Bernard Dewulf

Vermoedelijk bent u wat men noemt
een doodgewone man geweest, al spoorloos
voor hij in het gras verdween. Maar men moest het kunnen vragen
aan het gras zelf hoe schitterend u misschien wel was,
zingend, starend, sloffend,
dagelijks een ster in uw stofjas, schijnend in die stille kamers waar het gras al schiet,
heftig en onhoorbaar,
zoals alleen een doodgewone man het kan.



Peter Theunynck

Eskimo’s zijn mensen zonder tijd.
Sneeuw is hun huis en hun huid
is een land van winters en weinig,
omsingeld door het donkerste licht.

Eskimo’s verstaan de gebaren
van vallende vlokken, zingen
de zang van het pakijs na,
bemannen het ruim van de poolvos.

Eskimo’s wandelen over het water.
Hun sleden slijpen een gat
in de verte. Hun harpoenen bijten
zich vast in de koers van planeten.

Eskimo’s zijn niet gemaakt
voor het vlees van een vrouw,
voor het laaiende hart van een haard.
Eskimo’s zijn niet bestand tegen lente.





Jan Arends (1925 - 1974)

Ik ben
een boom.


Van groei
afaan
ben ik
van blad
tot blad
bekeken.


Toen
heeft iemand
een luis
ontdekt
op een
van mijn bladeren.


Nu word
ik omgehakt.