Dank aan een ezel
Gij met uw zachtzinnige oren
en uw geduldig gezicht:
ik ben u zeer verplicht.
Dat gij het hebt aan willen horen
hoe toenmaals het is geschied;
en hoe mij de ander verried.
En dat ge zelfs niet hebt bewogen,
mij slechts hebt getroost met uw ogen.
Dat kunnen de mènsen niet.