Maarten van Roozendaal


De zee ligt braaf te wachten
De wind leest een krant
De zon speelt over de duinen
Met de rimpels in het zand

Alsof er niets is gebeurd

Rita hangt de was op
Joost bouwt een schuur
De hond blaft uit gewoonte
Naar zijn schaduw op de muur

Alsof er niets is gebeurd

Het pad loopt naar het dorp toe
De weg loopt naar de stad
Sproeiers in de tuinen
Maken soms het asfalt nat

Alsof er niets is gebeurd

Zwaaien de bomen naar de hemel
En het gras naar het balkon
Blazen pijpen in de verte
Wolken naar de zon
Daar zal men toeteren op de grachten
Daar zal men lachen in het cafe
Daar neemt een jongen op een bakfiets
Oude wasmachines mee

Alsof er niets is gebeurd

Schrijft de dichter een gedicht
Voor de vriendin die hij niet heeft
Loopt een zakenman te pochen
Over wat hij aan de armen geeft
Vertelt de kapelaan een lege kerk
God is het begin
Een huisarts schenkt zichzelf alvast
Een graanjenever in

Alsof er niets is gebeurd

Vallen de grachten door de sluizen
En wie valt doet niet meer mee
De rivier draagt als dommekracht
Het water naar de zee

En die zee blijft rustig wachten
De wind verplaatst een krant
De zon speelt over de duinen
Met de rimpels in het zand

Alsof er niets is gebeurd


Hagar Peeters


Zoals een Romeins leger na een nederlaag
de terugtocht aanvaardde
zo is na elk verlies een terugtocht mogelijk.
Aanvaard die.

Aanvaard niet het verlies
maar de terugtocht die er op volgt
tot in de eigen verschansing
het harnas van het lichaam

tot waar je was
voor het verlorene volgde
en kies iets anders.

Een weg naar Rome.


J.C. Bloem (1887 - 1966)

Jeugd - die tegen dood niet baat,
Liefde - en 't wereldoud verraad,
Leven - dat niet leven laat.

Maar na 't bittere gericht
als de laatste ellende zwicht
't Onvergankelijke gedicht.

Schaduwen zijn 't nu en 't hier
Shed no tear - oh shed no tear!
The flower will bloom another year.

Ingmar Heytze


Vechten tegen de tranen
Vechten tegen de slaap
Vechten tegen de dood
Waarom zou je vechten tegen iets
waar je toch niet van wilt winnen?


Luis Carrillo y Sotomayor (1583/85-1610)


O hoe lichtzinnig je altijd weer vlucht, 
o hoe je mij verlaat, frivole tijd! 
Despoot die liefde en leven mij bestrijdt, 
o hoe ik je verwaten wurging ducht!

Wilde ik je grijpen, je ging op in lucht,
ik ging je na, je lachte om mijn spijt.
Hoe ik ook zocht, hoe meer was ik je kwijt:
ik zocht en bracht je zoek, ontzind gerucht!

Ik ken je hoon, na diepvernederd knielen:
je maait, en ik zal bij het afval mogen
in wrang geloochende ontgoocheling! 

Blind, tot de schellen van mijn ogen vielen,
werd mijn pijn Alziend, en mijn lede ogen
zien hoe je verder vlucht en mij ontging. 


Francisco de Quevedo (1580 - 1645)


Hoe glijd je zacht uit mijn handen vandaag,
mijn tijd van leven, door niets te weerhouden!
Hoe stil van stap nader je, doodse koude -
sluipvoetend maak je alles ongedaan.

Woest grijp je zwakke lemen schansen aan
waar uitgelaten jeugd nog op vertrouwde. 
En wat mijn hart als laatste dag beschouwde
was aanvlucht, maar het zag geen wieken slaan.

O stedelijke staat, loodzware last:
morgen te willen is niet mogelijk
zonder te zien dat ik mijn dood gelast.

In' s mensen leven stelt elk ogenblik
met nieuwe slag de harde feiten vast:
hoe broos, hoe voos, en hoe onogelijk.


Elisabeth Eybers (1915 - 2007)


Die ontmoeting

Ek wou al wat ek het vir jou bewaar:
die jonkheid van my lyf, ’n hart wat bly
en sterk is en gelate om te ly,
en oë wat weifelloos en helder staar.

Deur al die jare was ek wys en vroom
in stil afwagting, en jy was nie ver,
want bo ons hoofde was dieselfde steren in ons harte was dieselfde droom.

Ek het alreeds die gretigheid geweet
van jou gelaat, en dikwels het ek jou stem
gehoor met ligte aarseling en klem …

Toe was dit dat opeens die sagte kreet
van welkom klankloos bly: met ’n gebaar
van vae ontsteltenis staan ons voor mekaar.


Kathleen Norris


Wake up,
you’ll need your wits about you.
This is not a dream,
but a woman who loves you, speaking.

She was there
when you cried out;
she brushed the terror away.
She knew
when it was time to sin.
You were wise
to let her handle it,
and leave that place.

We couldn’t speak at first
for the bitter knowledge,
the sweet taste of memory
on our tongues.

Listen, it’s time.
You were chosen too,
to put the world together.



Pablo Neruda (1904-1973)

Love, love, the clouds to the tower of the sky
climbed like triumphant washerwomen
And everything glowed in blue, all was a star:
The sea, the boat, the day were exiled together.


Come and sea the cherries of the water in constellation,
And the round kea of the fast universe.
Come and touch the fire of the instantaneous blue
Come before its petals are consumed.


There is no water but light, quantities, cluster,
Space opened by the virtues of the wind
Until liberating the last secrets of the foam. 


And between so many blues- heavenly, submerged
Our eyes are lost, divining with difficulty
The powers of the air, the keys under the sea.



Andrew Marvell (1621-1678)


Let us roll all our strength, and all
Our sweetness, up into one ball:
And tear our pleasures with rough strife,
Thorough the iron gates of life.
Thus, though we cannot make our sun
Stand still, yet we will make him run.



Andy Fierens

Non zonder god

Op een bank, in het park, bij de vijver 
zit een non zonder god
Ze kijkt naar de eenzame beflijster
die weer staart naar mij

Ik ben ik, ik ben ik, ben ik, ben ik,
Dat wil zeggen, mossel noch worst
Ik ben een hond die ruikt aan elke rok
op zoek naar een aha erlebnis

Niemand die mij vraagt
gaan we straks naakt joggen,
ze hebben rukwinden voorspeld
en ook ik zeg tegen niemand in het bijzonder

als ik jou niet had schat, 
dan had ik iemand anders
Nee, echt, dit is de mooiste lente in jaren 







Omar Khayyam (1048–1131)


Veel kostbaar bloed heeft ‘s werelds loop gestort
en menig bloem is onverhoopt verdord;
verhef u niet op jongzijn en op glans,
de knop valt af, eer zij geopend wordt.


Wij gaan en komen en de winst is waar?
en weven draden en het kleed is waar?
In ‘s hemels welving zijn tot stof verbrand
vele weldenkenden; hun rook is waar?


De wereld gaat en gaat, als lang na dezen
mijn roem verging, mijn kennis hooggeprezen.
Wij werden vóór ons komen niet gemist,
na ons vertrek zal het niet anders wezen.




vertaling: J.H. Leopold 

Hanny Michaelis (1922-2007)

Het morgenraam schuift blauw en blinkend
rechthoekig door mijn dromen heen.
Splinters geluid doorboren mij
en blijven steken in mijn hoofd.
De klok slaat waarschuwend alarm
en dreigend rolt de kamer op mij aan.
Terwijl ik wankel op het slappe koord
waarlangs de slaap geschrokken vlucht,
vangen je armen mij beschermend op
en in hun warmte raak ik met de dag verzoend.
Maar ergens blijft het heimwee hangen
- als een verraad - naar het eenzelvige gebied
waaruit de morgen mij verstoten heeft
en waarheen jij me niet kunt vergezellen.


Hanny Michaelis (1922-2007)


Er groeit in mij een boom van grijs verdriet,
bloeiend met parelmoeren bloesems.
Geen vogel heeft er ooit zijn nest gebouwd,
geen dier komt rusten in zijn schaduw.
Mijn boom is stil.

Alleen de bloesems
laten hun tak geruisloos los
om traag, onmerkbaar neer te dalen:
een meer van onvergoten tranen
waarin mijn boom weerspiegeld staat,
eenzaam onder een bleke hemel.


Rabindranath Tagore (1861-1941)


Als je eigen mensen je verlaten
en je hoop dood in het stof ligt, zonder vrucht,
geef er niet om …
En blijf niet aarzelend staan op 't donkere pad;
probeer je lampje aan te steken, keer op keer.
Maar zelfs al wil de lamp niet branden,
geef er niet om! …
En als de beesten in de wildernis wèl luisteren.
terwijl de harten in je eigen huis hard zijn als steen,
geef er niet om! …
Keer niet wanhopig om, als je de deur gegrendeld vindt,
Als zij niet opengaat, al klop je keer op keer,
geef er niet om!


Patricia de Martelaere (1957-2009)

Zo dichtbij niets, zo zonder
Onderkomen, zo zonderling.
Zo draai ik mij om en om en
Zie en zie wat niemand ziet.
Het begint met nergens, en eindigt
Op niets. Koud. Koud. Warmer.

Alleen wie weg is, is gezien .
Hoe kun je zo zijn, zegt hij.
Niet, zeg ik. Niet.



Jean Pierre Rawie


Je maakt het mensen toch niet naar de zin, 
en streeft dat ook niet langer na. Niet langer
is wat je schrijft gericht op een ontvanger.
Je bent je eigen einde en begin,

en leeft en sterft alleen. Geen dubbelganger
neemt straks je plaats wanneer je doodgaat in;
geen keer op keer verloren hartsvriendin
ging van iets anders dan gedichten zwanger.

Veel lijkt mislukt te zijn, maar toch, jij bent
degeen die eens zelfs in het meest banale
de waardigheid en zin heeft onderkend,

en alles in het eerste licht zag stralen.
En heel je leven zoek je dat moment
nog eenmaal zo volmaakt te achterhalen.


Patty Scholten


De dood
 
Die lompe gast zal jou niet overslaan.
Nooit belt hij op en vraagt: "Kom ik gelegen?"
Hij komt te vroeg, te laat, zijn zeis stoot tegen
je lamp of vaas. Hij laat zijn koffie staan.
 
Beloftes worden niet door hem gedaan
en hij zal nooit die knekelvoeten vegen.
Hij wil niet schaken. Er wordt stuurs gezwegen
tot hij je vraagt om met hem mee te gaan.
 
Dat was het dan. Je bent opeens zo moe.
Hij zegt: "Je wist toch dat ik ooit zou komen.
Die lamp, die vaas, die doen er niet meer toe.
 
Kijk niet zo bang. Het sterven doet geen pijn.
Het zal een slapen, slapen zonder dromen,
het zal een slapen zonder weerga zijn."


Ottavio Rinuccini (1562-1621)


Zefiro torna e di soavi accenti
l’aer fa grato e’il pié discioglie a l’onde
e, mormoranda tra le verdi fronde,
fa danzar al bel suon su’l prato i fiori.

Inghirlandato il crin Fillide e Clori
note temprando lor care e gioconde;
e da monti e da valli ime e profond
raddoppian l’armonia gli antri canori.
Sorge più vaga in ciel l’aurora, e’l sole,
sparge più luci d’or; più puro argento
fregia di Teti il bel ceruleo manto.

Sol io, per selve abbandonate e sole,
l’ardor di due begli occhi e’l mio tormento,
come vuol mia ventura, hor piango hor canto.

(translation) 
Return O Zephyr, and with gentle motion
Make pleasant the air and scatter the grasses in waves
And murmuring among the green branches
Make the flowers in the field dance to your sweet sound;

Crown with a garland the heads of Phylla and Chloris
With notes tempered by love and joy,
From mountains and valleys high and deep
And sonorous caves that echo in harmony.
The dawn rises eagerly into the heavens and the sun
Scatters rays of gold, and of the purest silver,
Like embroidery on the cerulean mantle of Thetis.

But I, in abandoned forests, am alone.
The ardour of two beautiful eyes is my torment;
As my Fate wills it, now I weep, now I sing.

Johann von Goethe (1749-1832)


Ach, wie brengt de mooie dagen dagen, 
dagen van de eerste liefde,
wie brengt die volmaakte tijden,
ach, een luttel uurtje weer!

Eenzaam koester ik mijn lijden 
en houd niet meer op te klagen 
om de vreugde van weleer.

Ach, wie brengt de mooie dagen,
die volmaakte tijden weer!